Prik tegen het RS‑virus voor baby’s geboren vanaf 1 april 2025
Baby’s kunnen er erg ziek van worden. Hoe jonger de baby, hoe groter de kans op ernstige ziekte. Klachten zijn: verkoudheid, hoesten. Soms: benauwdheid, koorts, longontsteking. Door het RS‑virus moeten elk jaar ongeveer 1.500 ‑ 3.000 baby’s naar het ziekenhuis. Het RS‑virus komt vooral voor in de herfst en winter.
In de prik zitten antistoffen tegen het RS‑virus. De prik werkt snel en beschermt ongeveer 6 maanden. Door het RS‑virus moeten elk jaar ongeveer 1.500 ‑ 3.000 baby’s naar het ziekenhuis. Het RS‑virus komt vooral voor in de herfst en winter. Je baby krijgt de prik 1 keer, in het eerste levensjaar. Dan zijn baby’s het meest kwetsbaar. De prik gaat in het bovenbeentje. In sommige landen in Europa krijgen baby’s de prik al. Daar komen 80% minder kinderen door het RS‑virus in het ziekenhuis terecht.
Je baby krijgt de prik 1 keer, in het eerste levensjaar. Dan zijn baby’s het meest kwetsbaar. De prik gaat in het bovenbeentje.
De prik tegen het RS‑virus geeft bijna nooit bijwerkingen. Heel soms krijgen baby’s huiduitslag of wordt de prikplek rood of dikker. Dat gaat binnen enkele dagen weer weg.
Baby’s geboren vanaf oktober t/m maart krijgen de prik binnen 2 weken na de geboorte. Het RS‑virus komt namelijk het meest voor in de herfst en winter. Baby’s geboren vanaf april t/m september krijgen de prik in september of oktober. Vanaf dan komt het RS‑virus het meest voor.
De jeugdgezondheidszorg neemt contact met je op voor een afspraak.