De BMR-prik beschermt je kind tegen 3 ziektes: bof, mazelen en rodehond. De prik zorgt ook dat je kind anderen niet kan besmetten.
Kinderen met bof krijgen een dikke wang en dikke nek. Kinderen met mazelen krijgen hoge koorts en vlekjes op de huid. Ze krijgen vaak ook oorontsteking Kinderen met rodehond krijgen vlekjes op hun huid. Sommige jongens worden minder vruchtbaar: zij kunnen later moeilijk kinderen krijgen.
Kinderen met mazelen krijgen hoge koorts en vlekjes op de huid. Soms gaan kinderen dood aan mazelen. Of ze raken gehandicapt. Soms krijgen ze ontsteking aan hersens of longen. Mazelen is erg besmettelijk. Het kan zich heel snel verspreiden naar andere mensen.
Kinderen met rodehond krijgen vlekjes op hun huid. Kinderen zonder BMR-prik kunnen zwangere vrouwen besmetten. Rodehond is tijdens de zwangerschap gevaarlijk voor de baby in de buik. De baby kan blind of doof worden geboren. Of andere erge afwijkingen krijgen.
Sommige bijwerkingen kunnen later komen, tot 3 weken na de prik. Al deze bijwerkingen gaan vanzelf over.
Je kind krijgt 2 BMR-prikken: als je kind 14 maanden is en als je kind 3 jaar* is. *Kinderen geboren in 2016 t/m 2021 krijgen hun 2e BMR-prik tussen hun 5e en 9e jaar.