Met 1 vaccin beschermd tegen verschillende soorten kanker Met het HPV-vaccin is je kind goed beschermd tegen verschillende soorten kanker. Meisjes worden al sinds 2010 gevaccineerd tegen HPV. Sinds 2022 krijgen ook jongens de kans om zich te beschermen tegen HPV-kanker. De vaccinaties horen bij het Rijksvaccinatieprogramma.
HPV is de afkorting van humaan papillomavirus. Van dat virus merk je meestal niks, maar het is wel heel besmettelijk. Dus als je HPV hebt, kun je per ongeluk iemand anders besmetten. Er zijn verschillende typen HPV-infecties. De twee gevaarlijkste zijn de typen 16 en 18, want die leiden het vaakst tot kanker. Baarmoederhalskanker is de bekendste. Van HPV kun je ook op andere plekken in je lichaam kanker krijgen: de mond- en keelholte, vagina, schaamlippen, penis en anus. HPV komt veel voor. Acht op de tien mensen raken een of meerdere keren in hun leven besmet met HPV. Gelukkig worden die niet allemaal ziek. Meestal verdwijnt het virus vanzelf uit je lichaam. Soms gebeurt dat niet. Dan kun je tien tot vijftien jaar later kanker krijgen. Ieder jaar krijgen naar schatting 1.200 vrouwen en 400 mannen kanker door HPV.
Het vaccin werkt het best voordat kinderen met het virus besmet raken. Twee prikken in de bovenarm zijn genoeg om je kind langere tijd te beschermen. Er zit een half jaar tussen de eerste en de tweede prik. In Nederland krijgen meisjes de HPV vaccinatie al ruim tien jaar. We hebben daarom lange tijd onderzoek kunnen doen. Daaruit blijkt dat de vaccinatie voor ongeveer 95% beschermt tegen langdurige HPV-infecties door de twee gevaarlijkste typen (16 en 18). Met een vaccinatie bescherm je ook andere kinderen tegen HPV.
Meisjes én jongens raken besmet met HPV. Jongens kunnen als ze ouder zijn, kanker krijgen aan de mond- en keelholte, de penis en de anus. Daarom kunnen zij sinds 2022 ook een prik halen. Het vaccin beschermt ze tegen HPV waardoor ze later een veel kleinere kans hebben op kanker door HPV.
Inmiddels zijn meer dan 1,5 miljoen meisjes en jongens in Nederland volledig gevaccineerd tegen HPV. Blijvende of langdurige bijwerkingen zijn niet bekend. De plek van de prik kan een beetje pijnlijk zijn. Je kind kan ook spierpijn krijgen. En soms wat last hebben van buikpijn, misselijkheid, hoofdpijn of koorts. Dit gaat allemaal na één tot drie dagen weer over.
Het vaccin werkt het best wanneer je kind nog niet met het virus besmet is. Je kunt besmet raken tijdens het vrijen. Kinderen krijgen een uitnodiging voor de HPV vaccinatie in het jaar dat ze tien worden. De kans is groot dat ze dan nog niet besmet zijn met HPV. Uit onderzoek weten we dat het vaccin langere tijd beschermt.
Tijdens het vrijen kan je het virus aan elkaar overdragen via je slijmvliezen, handen, mond en huid. Meestal ruimt je lichaam het virus zelf weer op. Soms gebeurt dat niet. Dan kan het virus gezonde cellen beschadigen en kan later kanker ontstaan. Door de HPV-vaccinatie maakt je lichaam stoffen aan die het virus aanvallen als je besmet raakt. Deze stoffen ruimen het virus op. Zo worden je gezonde cellen niet beschadigd en voorkom je kanker.
Wat is HPV? HPV staat voor humaan papillomavirus en is heel besmettelijk. Jaren later kun je er HPV-kanker van krijgen. 6 soorten kanker Een HPV-besmetting kan leiden tot kanker aan de mond- en keelholte, penis, anus, vagina, schaamlippen en baarmoederhals.
Al meer dan 1,5 miljoen meisjes en jongens zijn volledig gevaccineerd tegen HPV. Er zijn geen blijvende bijwerkingen van het vaccin bekend.
Alle kinderen in Nederland krijgen in het jaar dat ze 10 worden een uitnodiging voor de HPV-vaccinatie.
Uit onderzoek blijkt dat de HPV-vaccinatie voor ongeveer 95% beschermt tegen langdurige HPV infecties door de typen 16 en 18. besmet met HPV Acht op de tien mensen raken besmet met HPV. Meestal ruimt je lichaam het virus zelf op.
Als jouw kind de vaccinatie heeft gekregen, legt de jeugdgezondheidszorg (JGZ) de gegevens over de vaccinatie vast in het JGZ-systeem en op het vaccinatiebewijs.
Als je het goed vindt, deelt de JGZ de gegevens met het RIVM. Dit gaat om vaccinatiegegevens en persoonsgegevens. De arts of verpleegkundige van de JGZ vraagt jou om toestemming voor het delen van de gegevens tussen de JGZ en het RIVM. Deze toestemming is belangrijk. Het RIVM kan verschillende taken alleen (goed) doen als bekend is welke vaccinaties je kind precies heeft gekregen.
Het RIVM gebruikt de gegevens bijvoorbeeld om je een herinnering te sturen, zodat je kind alle vaccinaties kan krijgen die in het Rijksvaccinatie programma zitten. Ook kan het RIVM je een kopie van het vaccinatiebewijs sturen als je daarom vraagt. Een vaccinatiebewijs kun je nodig hebben voor een reis. Of om te zien tegen welke ziekten je kind al is gevaccineerd. Daarnaast wil het RIVM weten hoeveel mensen in Nederland zijn gevaccineerd. Dan kunnen we de ontwikkelingen van infectieziekten in Nederland goed in de gaten houden.