Al bijna 70 jaar worden kinderen in Nederland gevaccineerd tegen ernstige infectieziekten. Daardoor zijn deze ziekten hier bijna verdwenen. Vaccineren blijft belangrijk, want als we stoppen met vaccineren komen de ziekten terug.
Met een vaccinatie bouwt het lichaam van je kind afweer op tegen ziek makende virussen en bacteriën. Hierdoor wordt je kind niet of veel minder ziek. Ook is de kans klein dat je kind anderen besmet. Dat is belangrijk voor kinderen die (nog) geen vaccinatie hebben gekregen. Bijvoorbeeld omdat zij te jong zijn of door een ziekte niet gevaccineerd kunnen worden. Meestal krijgt een kind twee prikken per keer. De vaccinaties worden gegeven in het bovenbeen of de bovenarm.
Voordat een vaccin mag worden gebruikt, is het uitgebreid getest. Net als bij andere medicijnen. Alleen als duidelijk is dat een vaccin werkt en veilig is, mag het aan kinderen worden gegeven. Ook tijdens het gebruik wordt de veiligheid van vaccins in de gaten gehouden. Dat gebeurt niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld.
Wil je weten wat er in de vaccins zit die je kind krijgt? Op de website van het Rijksvaccinatieprogramma vind je alle bijsluiters van de verschil lende vaccinaties. Scan de QR-code of kijk op rijksvaccinatieprogramma.nl/ bijsluiters
In Nederland krijgen kinderen vaccinaties tegen 14 ernstige infectieziekten. Hieronder lees je meer over deze ziekten.
Vaccinaties kunnen bijwerkingen geven. Dat komt meestal doordat vaccinaties de afweer van het lichaam aan het werk zetten. Deze bijwerkingen zijn bijna altijd mild en gaan vanzelf over. Een lichte koorts (temperatuur rond 38 graden) kort na de vaccinatie komt het meest voor. Ook kan de plek waar de prik is gegeven wat rood of dikker worden. Na de rotavirusvaccinatie kan je kind diarree krijgen of overgeven. Heftige bijwerkingen zijn zeldzaam. Neem contact op met de huisarts als je je zorgen maakt. Bijvoorbeeld omdat je kind erg ziek is of na enkele dagen nog hangerig of koortsig is. De prik tegen het RS-virus geeft bijna nooit bijwerkingen. Krijgt je baby koorts na de prik, neem dan contact op met de huisarts.
Enkele tips om de pijn te verzachten:
Je kunt een bijwerking van een vaccinatie melden bij de arts of verpleeg kundige die de vaccinatie heeft gegeven. Zij geven de bijwerking dan door aan Bijwerkingencentrum Lareb. Je kunt de bijwerking ook zelf bij Lareb melden via www.lareb.nl.
Als de moeder tijdens de zwangerschap niet is gevaccineerd tegen kinkhoest, krijgt de baby tussen 6 en 9 weken een extra vaccinatie aangeboden. Maar ook in bijzondere situaties. De jeugdarts bespreekt dit met je.
De vaccinatie tegen het rotavirus is geen prik maar een vloeistof in een kleine tube. Kinderen krijgen het vaccin door druppels in de mond.
Vanaf het najaar van 2025 kunnen baby’s een prik tegen het RS-virus krijgen. Het RS-virus komt het meest voor in de herfst en winter. Het seizoen waarin je baby wordt geboren, bepaalt wanneer je baby de prik krijgt. Baby’s geboren vanaf oktober t/m maart krijgen de prik binnen 2 weken na de geboorte. Baby’s geboren vanaf april t/m sep tember krijgen de prik in september of oktober.
Heb je een uitnodiging gekregen, maar is je kind ziek? Overleg dan met de jeugdarts of jeugdverpleeg kundige. Soms kun je de vaccinatie beter even uitstellen. Ook als je kind medicijnen gebruikt, is het goed vooraf te overleggen.
Er zijn ook vaccinaties die niet in het Rijksvaccinatieprogramma zitten. Dit zijn de vaccinaties tegen waterpokken en meningokokken type B. Als je deze vaccinaties wil, kun je dit overleggen met je huisarts of een vaccinatiecentrum. Je moet ze dan wel zelf betalen. Je kunt deze vaccinaties niet krijgen op het consultatie bureau. Ga je met je kind een (verre) reis maken? Informeer dan bij een bureau voor reizigersvaccinaties (GGD) of er extra vaccinaties nodig zijn.
Kinderen met een verhoogde kans op tuberculose krijgen een vaccinatie tegen tuberculose aangeboden. Als je kind voor deze vaccinatie in aanmerking komt, krijg je een oproep van de GGD. Met vragen kun je bij de GGD terecht. De kosten van deze vaccinatie worden vergoed door de zorgverzekering.
Als jouw kind de vaccinatie heeft gekregen, legt de jeugdgezondheidszorg (JGZ) de gegevens over de vaccinatie vast in het JGZ-systeem en op het vaccinatiebewijs.
Als je het goed vindt, deelt de JGZ de gegevens met het RIVM. Dit gaat om vaccinatiegegevens en persoonsgegevens. De arts of verpleegkundige van de JGZ vraagt jou om toestemming voor het delen van de gegevens tussen de JGZ en het RIVM. Deze toestemming is belangrijk. Het RIVM kan verschillende taken alleen (goed) doen als bekend is welke vaccinaties je kind precies heeft gekregen.
Het RIVM gebruikt de gegevens bijvoorbeeld om je een herinnering te sturen, zodat je kind alle vaccinaties kan krijgen die in het Rijksvaccinatie programma zitten. Ook kan je via MijnRIVM (mijn.rivm.nl) de vaccinatie gegevens van je kind bekijken en uitprinten. Dit kan handig zijn voor een reis naar het buitenland. Daarnaast wil het RIVM weten hoeveel mensen in Nederland zijn gevaccineerd. Dan kunnen we de ontwikkelingen van infectieziekten in Nederland goed in de gaten houden.
Voor meer informatie zie rijksvaccinatieprogramma.nl/jouw-toestemming